Depressie
Depressie is gedeeltelijk genetisch bepaald. Onderzoek bij tweelingen wijst uit dat
ongeveer 40 tot 50 % van de verschillen in de mate van depressiviteit wordt bepaald door erfelijke factoren.
Genetische aanleg draagt dus bij aan de mate waarin iemand depressief wordt, maar daarnaast spelen
omgevingsfactoren zoals werkstress of de dood van een geliefde ook een belangrijke rol.
Depressie is een veel voorkomende aandoening: volgens onderzoek krijgt 1 op de 7 volwassenen in Nederland ooit
een depressie. Als gevolg van een depressie ondervinden mensen vaak ernstige beperkingen in het sociaal en
beroepsmatig functioneren. Bovendien heeft depressie grote maatschappelijke gevolgen: de behandeling van depressie
brengt hoge kosten met zich mee en depressie veroorzaakt een aanzienlijke afname van de arbeidsproductiviteit.
Depressie doet zich veel voor op de leeftijd van 25 tot 45 jaar en komt minder voor
bij ouderen en kinderen.
Van alle mensen die ooit een depressie hebben gehad, kreeg bijna de helft (40%) de stoornis voor het eerst tussen
het 15e en 35e jaar. Uit onderzoek naar dysthymie bij ouderen blijkt dat zij vaak pas op latere leeftijd (tussen
hun 50e en 60e jaar) dysthymie hebben gekregen, vaak vlak na een stressvolle levensgebeurtenis.
Depressie is daarmee een complexe hersenaandoening. Waarschijnlijk is niet één van de betrokken hersensystemen
verantwoordelijk voor het ontstaan van depressie, maar meerdere. Het is nog onduidelijk hoe de verschillende
systemen, onder invloed van constitutionele en omgevingsfactoren, ontregeld raken en op elkaar ingrijpen.
Zowel voor de preventie als voor de behandeling van depressie is het van groot belang dat er meer inzicht komt in
de neurobiologische en de psychologische processen die ten grondslag liggen aan de aandoening.
Depressie is bij jongeren geen zeldzaamheid. Volgens onderzoeken heeft drie tot acht procent van de jongeren
tussen de twaalf en achttien jaar er last van. Meisjes vaker dan jongens. Omdat lang niet altijd beseft wordt dat
jongeren ook een depressie kunnen hebben, worden de symptomen regelmatig over het hoofd gezien.
Depressie is een omvangrijk probleem met ernstige gevolgen voor degenen die ermee te maken hebben. Bovendien
zijn de (maatschappelijke) kosten van de behandeling hoog terwijl deze nog te weinig systematisch wordt aangepakt.
Binnen zowel de eerste als de tweede lijn kan de behandeling van depressies en daarbij het voorschrijven van
antidepressiva beter. Dit geldt voor heel Nederland. In de regio Midden-Holland heeft het project 'Antidepressiva
tussen de lijnen' gelopen om hier verbetering in te brengen.
Depressie komt niet alleen voor bij volwassenen, maar ook bij jongeren. Waaraan is het te herkennen? Van een
depressie is sprake wanneer iemand langere tijd in een erg sombere stemming verkeert of nergens meer plezier in
heeft. Bij jongeren gaat deze langdurig sombere stemming vaak gepaard met leerproblemen en slechte concentratie.
Jongeren kunnen in de klas of op hun werk 'afwezig', onge?nteresseerd of onbeschoft zijn ten gevolge van een
depressie. Een depressie kan zich ook uiten in agressief, vijandig en prikkelbaar gedrag. Dit laatste komt bij
jongens meer voor dan bij meisjes. Bij meisjes komt een depressie eerder tot uiting in opvallend stil
teruggetrokken en over-aangepast gedrag.
|